is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaan, dat zij dit plekje lief vond. Hij begreep dat niet. Toch antwoordde hij niets, terwijl ze nu opstonden en door het hek zich naar den weg begaven.

De zon daalde meer en meer; de weg leek niet meer zoo eindeloos als eerst; ver weg, in een gulden lichtnevel, spitsten de torens der stad.

Zij had zijn arm weêr gegrepen; haar tong kwam langzamerhand weêr los en ze snapte er over, luchtig en vroolijk, hoe zij hun huisje zouden inrichten, wanneer ze getrouwd zouden zijn.

Toen merkte hij het eensklaps, hoe haar blijde woordjes niet tot hem doordrongen; hoe hij wel hoorde hun klank, maar hoe de beteekenis hem vreemd bleef, 't Was of er een doffe damp om zijn hersens hing, waarin alles vervaagde tot onbestemde geluiden, die hem pijn deden. Stil staarde hij voor zich op den weg, zag hoe strootjes, steentjes onder zijn loopen snel naderden, dan, wip, wegschoten tusschen zijn beenen door. Ineens was als een ontspanning het niefc-meer-tikken van de woordenreeksen tegen zijn hoofd aan. Uit zijn wezenloos niet-denken zag hij op, met een schrikje, heel gewoon weêr in de werkelijkheid terug.

„M'n God, Emmy! Wat zie je bleek!"

Zij schudde het hoofd, een zenuwachtig snikje schokkend in haar keel.

En hij, heel angstig: „M'n God, liefste, wat is er, wat heb je toch ?!"

Toen kwam het er uit, heelemaal opeens alles: hoe zij