is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarvoor, had zich vastgeklemd aan zijn steeg, zijn stad, die hem had afgezweept. Toen was men hem tegemoet gekomen. Zijn broer, jong naar Amerika gegaan, had daar fortuin gemaakt, was teruggekeerd; bood nu jaarlijks een vast sommetje aan als hij den raad van den dokter volgde; en eindelijk, in stommen angst vooral van om te komen door gebrek, als hij bleef, had hij toegegeven, was gaan wonen in een klein, onaanzienlijk huisje onder het dorpje Rooburg, een vijf minuten bezuiden den tol.

Hij verwaarloosde het; de verfkwast was er sinds jaren niet over gegaan; in de hoeken der vensters weefden spinnen hun webben. Yuil was het van binnen en ellendig als in de stad zijn huisje in de steeg. Het was de ergernis van alle dorpelingen; maar Jansens, in een kneukelige kwaadwilligheid, lachte om de booze praatjes die er over hem liepen; leefde stil-vegeteerend voort, zijn leven van vervuiling en vereenzaming. Zelf bakte hij zijn brood, een naar, afzichtelijk kostje van het meel dat hij eens per veertien dagen aan den molen haalde. Ook waschte hij zijn kleêren zelf, daar niemand anders dat voor hem zou hebben willen doen. Met een afgehaarden luiwagen stampte hij ze in een houten bak, harder en harder steeds, waarbij het hem dan was, of met zijn vroegere kracht hij nog ijzer bewerkte in de fabriek.

Maar verder was zijn leven een en al verveling. Des daags kon men hem zien zitten, winter en zomer, op de bank in zijn verwilderd tuintje, moe ineengezakt zijn