is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grooter en forscher leek hij, minder schrompelig en afgeleefd. Er was iets in hem, dat hem trok, ondanks zijn vrees en menschenschuwheid, het dorp door, naar waar men bezig was de rails te leggen. Het blanke ijzer tintelde in 'tzonlicht; de slagen vielen regelmatig, klankvol dreunend.

Daar zat hij, op zijn hurken ineengedoken achter een haag, bang, onwillig met de dorpelingen in contact te

komen, maar starend, met groot-open oogen starend

Zoo ging het dagen lang. Soms, in zijn hoekje, kon hij zich niet langer rustig houden; dan kwam iets in zijn keel langzaam naar boven, moest er uit, met geweld: „Je slaat ze te straf, je slaat ze te straf!" schreeuwde hij de mannen toe met trillende stem van een vreemd verlangen. De mannen zagen even op, trokken de schouders omhoog, wierpen een spottend woord naar hem heen, terwijl de dorpskinderen die er rondom stonden te lachen begonnen en te schelden: „Oome, je zit te

dröome. Past je jassie je nog, oome zal ik je goed

wassche, oome?! "

Nu kroop hij al niet weg meer. De rails glommen in

de zon en trokken en trokken Hij moest nu het ijzer

aanraken, telkens weer, ter sluiks, als hij meende dat niemand op hem lette.

's Avonds laat, als het werkvolk was vertrokken, sloop hij langs den donkeren weg er nog heen, probeerde de rails te tillen, die er opgestapeld lagen.