is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geleefd had hij voor zichzelf, grof - dierlijk - gemakkelijk zelfs in zijn slaven, - in zichzelven, alleen, zou hij ook sterven moeten, onverbiddelijk — fataal ...

Ook dezen avond zag hij het helder en vreeslijk, terwijl de wind om zijn huisje gierde en spokige schimmen uit de hoeken van het slecht-verlichte kamertje valsch-gluipend te kruipen schenen naar hem toe

Toen. zoekend, angstig, midden tusschen al 't vijandige rondom hem, naar iets of iemand waar hij heenvluchten kon, wat hem als vriend, als bekende zou bejegenen, was als een licht, een verlossing de gedachte: de stoomtram !

Dien morgen, midden tusschen 't feestgejoel, had hij hem gezien, gezien met zijn dampende locomotief, zijn zuigers, zijn staven.... Zoovele oude kennissen waren het voor hem geweest te midden van het boersche, het vreemde om hem heen, waarin hij zich nooit had kunnen in-leven. En nu, op dezen avond van verlatenheid en verlangen, trok het hem weer. trok het hem sterker nog dan dien morgen.

Zenuwachtig was hij opgestaan, stram en stijf, van den stoel waar hij dien heelen vooravond bewegingloos had gezeten. Het was nu half tien ongeveer: om tien-uuracht moest de tram voorbij den tol komen; hij had dus nog een groot half uur.

Met moeite duwde hij de deur open tegen den wind in ; ook dadelijk sloeg ze met een plof achter hem dicht.

Nu stond hij in zijn tuintje in de pikke duisternis.