Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met den zelfden koud-vijandigen blik van groote zus, en dat haar mondje roepen zou, zooals allen riepen: „Gekke Hannes! Neuzele Hannes! "

Toen was hij stil-weg bij de geit in 't schuurtje gekropen en had zijn wang tegen de sik aangedrukt, stijf, zoodat het borstelige haar hem prikte. En zachtjes had hij toen gesnikt, omdat sik hem niet begrijpen kon, niet begrijpen kon dat hij huilde om zusje, die groot worden zou en hem schelden, net als de anderen

Zusje werd ouder en kon nu al klanken stamelen: zoo aardig, vond Hannes, en hij had er plezier in haar zijn naam te leeren zeggen, dien hij geduldig telkens weer voor haar herhaalde: zeg dan zusje: Hannes, H-a-n-n-e-s

Nu moeder weer beter was, liet ze zusje dikwijls alleen, en heerlijk vond Hannes het, zoo moedertje over haar te mogen spelen. Haar groote, donkerblauwe oogen wijdopen van verwondering, kon ze hem aanzien en met haar handjes langs zijn grove wangen strijken, zoodat Hannes lust kreeg te schreien, zóó gelukkig voelde hij zich. En 't was maar een enkele maal dat hij het gevoel had of zijn keel werd dichtgeknepen en een groote angst in hem kwam, dat zusje later, als ze praten kon en denken.... Dan schreeuwde iets in hem van wanhoop, dan wilde hij wel al het mooglijke doen om zusje klein te houden, dat

ze maar niet zou begrijpen gaan Dan zocht hij, zocht

hij in zijn hoofd, om toch iets te vinden dat haar zóó zou kunnen houden als ze nü was. Ze mocht niet groot

8

Sluiten