is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij stonden nu naast elkaar en zagen naar buiten. Onder hun voeten daverde de locomotief; aanhoudende trillingen klommen langs hun beenen op en doorsidderden hun lichamen; korte, wilde schokken nu en dan schudden hen door elkaar.

Als een razend beest hijgde en dampte en kreunde de trein voort door den schemerenden avond

Witman en Bas zagen uit. De wind die langs de locomotief heenscheerde, deed Bas' blauwe boezeroen slapperen met kleine, rukkende flapjes.

Velden.... velden.... zoover het oog reikte, nu, in den avond, onder een waas van dauw, aan wijde, vlakke meren gelijk, waarin de zwarte lijnen van slooten snel en regelmatig voorbij spilden. Nu en dan even het donker gegroes van een eenzaam groepje boomen, of het grillig geplek van een molentje tegen de grijze, egale lucht. Hoog en wijd die lucht over de wijdheid der velden heen, als koepelend telkens wijder weg, als telkens de ruimte vergrootend, die daar was tusschen hemel en aarde. En ook de velden schenen te wijken; — hoe verder de [trein stoof, hoe verder ze hun vlakheid rekten en breidden en den horizon achteruit drongen, tot in het eindelooze. De locomotief hijgde en knarste tegen die ruimte in, wild, woedend, als in steeds jagender vaart; een wedstrijd werd het

met de wègvlakkende velden, de wijkende horizonnen

Hoog en onverschillig welfde boven de lucht....

Toen voelde Bas weêr langzaam den vagen angst in zich komen, als van een vreemde, onzichtbare macht,