is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan over de ongelijkheid van den morsigen gruisgrond, was alles hem zoo onverschillig, dat hij zijn knagenden honger zelfs niet gevoelde. — Zoo nietig en ellendig voelde hij zich hier loopen in het donker, zoo éven ellendig en verlaten als die schuren, zoo één met die schuren in groezeligheid en vuilheid. — Wat maalden de menschen om hem méér dan om die schuren? Die schuren lieten ze verrotten en hém lieten ze werken tot hij öp was, en

wie zou er daarna nog aan hem denken? W&ar

werkte hij dan voor, iederen dag opnieuw? Voor

Ka-Bet ? Gaf die wérkelijk wat om 'm en kon ze niks

beters krijgen dan zoo'n vieze vent als hij? Werkte

hij voor hfiar?

En weer voelde hij, hoe het die macht was, die hem voortdrong, altijd vooruit.... de wijdheid in, klein en

ellendig, onder de hooge, grijze luchten

„Bas! "

Hij zag op.

Bij de machinen-loods, onrustig bevlamd door een wiebelend lantaren-schijnsel, stonden twee zijner makkers op hem te wachten.

„Kom jongen, meê naar de Rooie, hoor...." zeide een, als een dreiging.

Bas, moê, onverschillig: „Goed "

II.

Ontwakend in het schemer-donker van zijn zoldertje,