is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu, zwaar en breed, in de lage, schemerige ruimte van het zoldertje. Met breeden, loomen uitzwaai van zijn geweldige armen, rekte hij zich, als een reuzevogel die wil

gaan vliegen. Oè-oè-oè gaapte wijd zijn mond; toen,

log als een zak, liet hij zich weer op het stroo neêrval-

len Hij lag nu op zijn rug naar het pannendak te

kiiken; door 't vierkante gat dat de glaspan maakte, zag hij den hemel flets-grijs, zonder sterren

Wat 'n beest was-i, wat 'n beest dacht hij nog.. -

In één terug-blik, helder en klaar nu eensklaps in

zijn nog wat doffe hoofd, overzag hij zijn gansche leven. Zijn eerste jongensjaren, in vuilheid en verwaarloozing gesleten, meest op straat, hij belhamel onder zijn makkers. Later, toen zijn vader gestorven was, had zijn moeder hem gedwongen voor stoker in de leer te gaan, en sinds was dat leven begonnen van jachtend vliegen van plaats naar plaats, altijd op het kleine plekje van de locomotief, in het hijgend gedender van den stormenden trein.

De eerste maanden was het hem als een verruiming geweest, een bevrijding uit de vunze, enge omgeving waarin hij zijn vroegste jeugd had doorgebracht. Met vreugde had hij de winden begroet, die, rennend over de velden heen, worstelend tegen de locomotief op, doorzijn haren woelden of wroetten tusschen zijn kleêren tot op het naakte, verhitte lijf, in heerlijke verkoeling.

Machtig, als een heerscher, had hij zich dan op zijn locomotief gevoeld, verzwelgend afstand na afstand, de