is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straat klingelde helder en blijdjes, als met kleine lachjes de winkelbel.

Bastiaan, in zijn Zondagsche jas, blinkende schoenen, raooien, glad-glimmenden hoed, voelde bij het langzaam verder gaan, over de kleine, gelijke, helder-gele klinkertjes langs de huizen, een behaaglijke koestering langs zijn lichaam streelen, die uit de blauwe, zonnende lucht over hem scheen neêr te dalen en uil ue stille, deftige binnenhuizen, waar blonde kinderkopjes achter de glazen zaten, hem tegemoet kwam. En blij, een volle, breede blijheid in zijn borst en hoofd, de gedachte aan Ka-Bet....

Hij sloeg nu smallere zijstraten in; kinderen speelden voor de huizen, in kleurige jurkjes en witte schorten. Er waren hier vele kleine winkeltjes, en Bas, er voorbij loopend, rekende uit hoevèr nu nog éér hij aan 't kruidenierswinkeltje kwam, waar Ka-Bet met haar moeder woonde

Eindelijk, daar zag hij in de verte het raam al; 't gordijn half neergelaten boven een zee van groene erwten, die, netjes-gelijk, een rechthoek tegen de spiegelruit vormden.

En nu hij de deur opende en binnentrad in 't kleine winkeltje, waar een gedempte, gele zonneschijn naar binnen gezeefd werd door 't wit-linnen valgordijn, was dat alles dadelijk als een groote rust om hem heen: de kleine vierkante ruimte met rechts de toonbank en de glanzend-koperen weegschaal, en links de groote houten bakken met erwten, boonen en meel. Rondom, aan alle