is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met breede, zware stappen naar den uitgang van 't erf loopend.

Van den schommel, uit den troep jongens en meiden, hoorde hij zich naroepen:

„Stoker, mesjienelikker! Roetmop! "

IV.

Zij waren weer samen op dezelfde locomotief, Witman en hij. Het was de Maandag op dien vrijen Zondag volgende. Zij hadden den laatsten trein naar het naaste station te brengen.

„Ik zou nog maar wat opgooien," had Witman gezegd, „we gaan een slakkegangetje en ik verlang naar me nest "

Bas, na opgegooid te hebben, leunde naar buiten in den koelen nachtwind. Zijn hoofd gloeide, zijn slapen bonsden.

De velden lagen in duister gedronken, als zeeën van inkt-zwart onder een bleek-grauwen, sterrenloozen hemel.

De trein snorde voort. Het werd Bas, als was hij op een schip, dat worstelde tegen die golven van nacht-zwart öp, maar meer en meer afdreef in de wijde onbekende ruimte.

Soms, bij het kwakken over wissels heen, neep een plotse angst-vlaag zijn keel toe, als strandde het schip op een klip en als zou hij nu wegzinken in die vloeden van duisternis. Een lichte verdooving kwam in zijn hoofd, tot, eensklaps, de naam van Ka-Bet hem geheel tot de