Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Was kil en donker in het huisje in het Beer-slop, de steeg, waar zij woonden. Moe en stram, in het duister van het kleine keuken-kamertje, wierp zij zich op een

stoel neêr, af Doch maar even bleef ze zitten: haar

man en haar stiefkinderen, die allen op de fabriek werkten, kwamen om zeven uur thuis en ze moest nog de pap opzetten.

Ze legde vuur aan en hing den ketel er boven; daarna ging ze naar de kast en haalde tinnen borden en lepels te voorschijn, die ze rondom op de tafel legde. Toen begon ze te roeren in de pap. Nu zou Marie óók wel gauw thuis komen; zoo tusschen zeven en half acht had de juffrouw gezegd; alleen 's-winters in den drukken tijd

kon 't wel eens wat later worden Hoe-of ze 't nou

gehad zou hebben, zoo'n eersten dag, en of de andere meides niet te grootsch tegen d'r zouwen gedaan hebben? Hê, wat verlangde ze, dat ze thuiskwam. Even proeven, 'n klein scheppie; ze had niet veel in d'r maag

gekregen vandaag

Maar juist dat ze den lepel naar den mond bracht, klonk er gestommel van zware stappen in de steeg; even later werd ruw de deur opengestooten.

Van schrik had zij den lepel weer in den pot terug laten vallen.

Messers kwam binnen, bromde wat achter zijn tanden, kwakte neêr op een stoel bij de tafel. Yan 't eerste oogenblik af aan bleven zijn oogen strak op den pot gericht.

Sluiten