is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koffie en de juffrouw is toch zoo vrindelijk en de jongejuffrouwen, die d'r óok naaien, die zejen van dat ik ze maar bij d'r naam most noemen, maar dat durfde ik nog niet best; weet-u moe, de jongejuffrouwen van den slager in de Molenstraat naaien d'r óók.. ."

Vrouw Messers luisterde maai', luisterde, en Marie vertelde honderd-uit; ze zaten eindelijk alleen in 't keukenkamertje; vader en Jop waren naar de herberg getrokken; Martha en Bet jelden met jongens door de straten rond.

Het kleine olie-lampje had vrouw Messers uit zuinigheid uitgedaan; de meer en meer vallende duisternis, die door de enge steegspleet tusschen de vooroverhellende huizengevels de kamer binnenzeefde, verdikte zich om de samenzittende gestalten van moeder en dochter, waar slechts, als twee bleeke vlekken, de twee gezichten, dicht bijeen, in bleven opschemeren

III.

Dien nacht kon vrouw Messers den slaap niet vatten. — Andere avonden wierp zij, doodelijk afgebeuld van 't daagsche werk op de fabriek, als een blok zich neer op haar matras; sliep Maar heden voelde zij geen vermoeidheid, alleen vreugde en dankbaarheid om Marie. — Gered, haar kind gered van de fabriek, haar hartewensch vervuld! Marie, die nu niet worden zou als Martha en Bet; Marie, die een fatsoenlijke betrekking zou