Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgen en later een knappen, fatsoenlijken jongen trouwen zou, een schilder of zoo, of een metselaar, maar géén van

de fabriek! En ze stelde zich al voor: Marie later

in een zindelijk huisje; helder en frisch gekleed, met aardige, gezonde kinders om zich heen en een knappen, braven man. Gelukkig zou ze zijn; armoe zou ze niet kennen, al de ellenden van het fabrieksleven, waarvoor haar moeder was komen te staan. — Dan zou er ééns nog een tijd komen, waarop ze haar moeder zou kunnen vergeven, dat die haai- in die ellende gesleept had, — een tijd, waarop zij het zichzèlve zou kunnen vergeven, dien val van haar jeugd

Een knappe, fatsoenlijke burgerjongen! Ach God, hoe had ze zich vroeger, als meisje, niet voorgesteld óók 's zoo te kunnen trouwen, wèg te komen uit de misère van hun thuis, waar vader en moeder allebei op de fabriek werkten en zij, zoo jong als ze was, het huishouden bij elkaar moest houden en zorgen voor haar broertjes en zusjes, die nog te klein waren om meê naar de fabriek te gaan.

O, wat was het een smeerboel bij hen aan huis geweest; in dat donkere, nattige keldertje, waar 't altijd zoo benauwd was, dat ze er pijn van in 't hoofd kreeg. — Vader kwam alleen thuis om te eten, en dan was-i meest half dronken en dan sloeg-d-i d'r als het eten niet naar zijn zin was en dan begonnen de andere kinderen te huilen en dan trapte vader ze.

Moeder kwam dikwijls heelemaal niet thuis; de buren

Sluiten