is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeiden, dat ze 't met 'n ander anlei, maar dat had ze toen nooit goed begrepen, zoo jong was ze nog

O, wat had ze altijd verlangd uit die vuilheid en ellende weg te komen; vooral toen ze ouder werd en vader wou dat ze meê naar de fabriek ging, omdat haar zusjes nu groot genoeg waren op zichzelf te passen. Wat haatte ze-n- m, die fabriek, dat zwarte, knarsende monster, waar ze dag aan dag in een klein, benauwd kamertje met nog drie andere meisjes touw moest uitpluizen, waarvan ze altijd zoo'n pijn in haar keel kreeg. Het kamertje was altijd vol heele kleine pluisjes.

Aan die dagen daar in de fabriek scheen geen einde te komen, en wat was ze dan moe als ze eindelijk, eindelijk naar huis mochten, en wat rilde ze altijd als ze in de buitenlucht kwam, al was het ook nóg zulk warm weer.

Toen was Anna Bakker, een van de meisjes die met haar in t touw-kamertje werkten, op een morgen niet teruggekomen. De anderen vertelden, dat ze ging trouwen met een schoenmaker, een knappen jongen, die veel werk had, en dat Anna nu nooit meer op de fabriek zou hoeven te werken.

Met dien dag te beginnen was die hoop in haar gekomen, dat zij óók eens met zoo'n knappen jongen trouwen zou, en dan óók niet meer in de fabriek zou hoeven te werken. — Dat had die lange dagen een beetje opgevroolijkt; iederen morgen, als haar vader haar wakker schudde en schold, dat ze gauw op zou staan, dat ze anders te laat op 'r werk kwam, — wat was ze dan meestal