is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat beest van 'n Messers het 'r tenminste niet wist af te gappen.. D'r lieve kind. .. wat zou ze nu op 't oogenblik aan 't doen zijn? Zou ze nog met dat rooie

hoedje bezig zijn, waar ze gisteren van vertelde Och,

och, wat grootsch toch en te denken dat zoo'n deftig juffie, 'n meissie van een dokter of zoo, of 'n advekaat, dat hoedje nou later dragen zou dat haar Marie had opgemaakt....

Vrouw Messers voelde zich zoo trotsch en zoo gelukkig. De lange, lange dagen, daar aan de kaard-machines, gingen nu zoo gauw en gemakkelijk om in dat heerlijke gedroom over haar kind, dat ze gered had van de fabriek en het ruwe, dierlijke bestaan van fabrieksarbeider. En later.... later zou Marie trouwen.... aardig, net huisje.... een goeie man... frissche kinderen om zich heen....

Soms schrikte de grimmige stem van den manken opzichter haar óp uit dat zalig gemijmer: „Zeg, varreke, suf je weer?...."

Dan arbeidde zij vlugger door, zonder te antwoorden, haar gedachten nu plotseling weer terug bij de helsche, knarsende omgeving van zwaaiende en snorrende machines, zwart-berookt werkvolk en de platte, gemeene fluister-praatjes der naast haar werkende meiden.

De Zondagen werden nu de dagen, waarnaar zij de gansche voorafgaande week met reikhalzend verlangen begon uit te zien. Vroeger had zij nooit van de Zondagen gehouden. Het was of ze die tijden van gedwongen niets-doen na dagen van doodelijk afbeulend gesjouw,