Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de volle mate harer afmatting eerst geheel op zich voelde wegen, als lag er een last op haar schouders gestapeld, als hingen er gewichten drukkend-zwaar aan haar armen en beenen, die haar lichaam naar den grond toetrokken, waar het uren lang kon blijven liggen, in looden bedwelming, een gevoellooze klomp. — En zocht zij eens, die Zondagen, een enkele maal de straat op, benauwd en versuft door de stinkende atmosfeer van 't enge keukenkamertje, waar Jop met zijn vrienden om centen te spelen zaten, dan was het haar of de huizen óp haar dreigden te vallen, of alles draaide en snorde en duizelde om haar heen, als in de fabriek. Dan was het in haar huisje nog beter; daar kon ze tenminste slapen, slapen, en de fabriek vergeten....

Nu was het alles anders geworden. De Zondagen had Marie vrij van den naaiwinkel en dan deden ze, als het mooi weer was, lange wandelingen buiten de stad. Als dan de laatste, zwart-berookte huizen achter den rug waren en de groene velden zich uitvlakten wijd en ver onder den blauwen, hoogen hemel, dan was het haar, of nu al de misère van het fabrieks-leven van haar was afgegleden, of er nu niets meer was dan Marie en zij, Maries moeder.

Wat zag Marie er lief en jufferachtig uit, als ze zoo naast haar voortstapte: sjiek, licht-bruin manteltje met twee rijen groote zwart-glimmende knoopen van voren en twee van die aardige uitstekende vlerkjes van achteren; onder 't manteltje uit kwam haar donker-rood jurkje,

ll

Sluiten