is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo mooi en gladjes, zonder 'n enkel kreukje of vlek. Dan had ze zoo'n lief hoedje op, dat ze zelf op den winkel had opgemaakt, van zwart stroo, met groote lichtblauwe linten en daar tusschen een opgezet vogeltje, bruin, met roodachtig borstje en uitgespreide vleugeltjes, die trilden bij iederen stap dien Marie deed, of het zóo weg wou vliegen

En o, wat fijne verhalen kon Marie dan vertellen, als ze zoo samen voortstapten, lange verhalen uit de boeken, die ze van de andere meisjes te leen had en die ze dan, 's avonds, als ze van den winkel kwam, op een bank in 't park ging zitten lezen, omdat vader niet hebben wou dat ze 't thuis deed. — Verhalen waren 't van groote kasteelen in dichte, donkere bosschen, met diepe grachten er om en torens nog hooger dan de schoorsteen van de fabriek. Daar woonden ridders in gouden kleêren en die gingen op de jacht in de bosschen en éen, ook zoo'n ridder, en die de dapperste was van allemaal, vond in het bosch, bij een beek, een princes, heelemaal in 't wit met prachtig gouwe haren, die tot op den grond sleepten....

O, wat vertelde Marie dat allemaal prachtig! Vrouw Messers kon dan wel even de oogen sluiten en dan was het haar, of Marie zelve die princes was, die met den mooien prins in gouden kleêren ging trouwen.

Als ze dan moê waren van het loopen, gingen ze aan den kant van den weg zitten, op het gras, Marie op haar zakdoek, om haar beste japon niet vuil te maken. Wijd en stil was dan het land om hen heen. Heel in de verte,