Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wangen; zenuwachtig speelde zij met haar katoenen handschoenen.

„O, moe, Gerrit heeft me gevraagd "

Haastig zei ze het; zag nu verlegen voor zich op den vloer. Gerrit was een timmermansknecht, die werkte beneden-achter den winkel van juffrouw Willems. Door een binnenplaatsje waren de naaimeisjes van de timmer mans-werkplaats gescheiden, waar zij den ganschen dag het hameren hoorden en Gerrit, groot en blond in zijn grijze werkpak, konden zien schaven, vlak bij het raam.

Op die Zondagmiddag-wandelingen, buiten de stad, had Marie haar moeder af en toe wel eens wat verteld van die groote, donkere werkplaats aan den overkant, waar de grond altijd vol krullen lag, en van Gerrit en hoe-d-i soms wel eens naar boven keek, naar hun raam, en de meisjes Anna Verdonk met 'm plaagden....

Maar vrouw Messers, in haar aandachtig luisteren, had terstond bij zich vastgesteld, klaar en heerlijk-zeker, als haar droom, het éénig verlangen van gansch haar tobbend leven, dat nu eindelijk vervuld ging worden, — hoe het niet naar Anna Verdonk was, dat die jonge man zoo telkens opzag, maar naar haar... Marie. . haar kind... Een knappe werkman.... zindelijk huisje.... frissche kinders!.... O, hoe gelukkig, hoe dankbaar gevoelde zij zich, nu vooral, dat Maries half schuchtere bekentenis haar de volle zekerheid voor haar verwachting gaf!

De dagen, die volgden, was de fabriek nu vol jubel en gezang, schaterden de raderen en juichten de stoomfluiten

Sluiten