Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was, moê en afgewerkt, met beide ellebogen op 't tafelblad liggend, meest slapend.

De jongelieden spraken nooit veel. Na de dagelijks wederkeerende opsomming van wat ieder dien dag had gedaan: Marie, die 'n nieuwen hoed begonnen was, een die wel zes gulden kosten zou; Gerrit, die een karweitje bij den burgemeester gehad had, 'n hekje gemaakt voor de trap, dat de kinderen van burgemeester, als ze op 't portaal speelden, niet naar beneeë zouden kunnen vallen, was er geregeld een lange stilte, waarin de schemer, van een gore bleekheid, langzaam door het venster uit de steeg naar binnen dreinde en geen geluid in 't dompe kamertje zich hooren liet dan 't dier-geknor van Messers in een hoek en 't zwaar-vermoeid geadem van de over

de tafel liggende vrouw, die sliep Buiten, ver over

de huizen der steeg, sloeg een klok de halve uren.

Dan zei Gerrit soms: „Negen uur", of: „half-tien", in de zeurende schemer-stilte. En soms antwoordde Marie dan, om toch óok iets te zeggen: „Ik dacht dat 't al tien uur was", waarop Gerrit zijn dubbel-gekast, nikkel horloge uit zijn vestzak haalde, er even aan schudde, luisterde of het wel tikte, het daarna weêr opborg met de verzekering, dat het toch lieusch pas h&lf was...

Dan eindelijk, als 't geheel donker was geworden, stond de jonge man op, kuste het meisje, zei „tot morgen", en vertrok....

....Vrouw Messers, in looden slaap van afbeuling. droomde, een lachenden droom van toekomst: Marie en

Sluiten