is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dagen, die volgden, had een onbestemde onrust zich van vrouw Messers meester gemaakt. Waarom had zij Marie dat alles verteld, waarom den weemoed harer herinneringen gebracht over 't reine geluk van haar kind? Alles was immers zoo goed, zoo effen voor dat kind, de toekomst zoo zeker van blijen vrede.... Geen fabriek,

geen ruwheid, geen afbeuling

Die dagen bespiedde zij Marie met een zekere bezorgdheid ; hield met moeite haar oogen open, haar lichaam overeind, als Gerrit 's avonds kwam en de courant voorlas. Dan waren haar oogen van het kind niet af.

Maar Marie zat stil, blijkbaar aandachtig luisterend,

haar blikken op Gerrit

Het grijze waas van onvoldaanheid voor de oogen van het meisje, — dit zag zij niet

VIII.

Tegen het heldere, dunne blauw van een juichenden, jubelenden najaars-hemel driekleurde een groote vlag in grillige wappering af. Log en zwart-berookt, met honderden goor-wit-geverfde venstertjes, lag daaronder de fabriek, nog dampend en blazend van volbrachte inspanning, puffend een zwartigen adem door haar spichtigen schoorsteen omhoog. — De fabriek rustte uit in de zon, rustte in feest-dos van rood-wit-en-blauwe vlag, die wapperde jubelend boven de grauwe misère der berookte muren uit. Als een heerscheres was de fabriek over de stad, een