Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerscheres die overwonnen heeft, en feest viert. De miezige wrakke huizen der armelijke fabrieks-wijken lagen gebukt onder den breeden heerschers-blik der fabriek, die wel even, genadig, van haar hoogheid, den kleinen vergunde haar feest meê te vieren, met vuile, gescheurde lappen vlagdoek, uit onooglijke, rottende zoldervenstertjes

In het donker van den avond joelt het feest nu krachtiger omhoog, het feest van de fabriek!

De arbeiders, honderden, bleek-geel en stram, gebogen door het werk, bijkans rer door verslonden, zingen nu, juichen nu ter eere van wie hen kromde, hen bijkans verslond. Het feest van de fabriek! Vijftig jaar heeft de fabriek hen gegeeseld, gezogen hun bloed, gevreten hun vleesch. Nu jubelen 2ij, jubelen zij als dollen, roepen „leve!"....

In drommen hossen zij door de nauwe straten, die dreunen onder hun zwaar klompen-gestamp. Uit roode kelen in zwarte gezichten gillen zij, eentonige deunen, uren, uren lang. Op het veld voor de fabriek sissen vuurpijlen de lucht in, dalen neer in regen van vonken, in ballen rood en groen.. • • Zij herkennen dat vuur, het vuur uit de ovens der fabriek, dat hen met zijn hitte slóég, dag aan dag. En zij juichen luider.

Dan hossen zij weêr de nauwe straatmonden in, gansche troepen, mannen en vrouwen, rood van opwinding en drank. Den ganschen nacht klinkt het eentonig gedenn

Sluiten