is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Een drie kwartier van de naaste stad, eenzaam en triest in de trieste eenzaamheid der vlakke weiden, lag het dorpje Wemel. — Niet meer dan één lange reeks van saaie, lage huisjes was het langs de grijze vaart, die dwars door de weilanden heen, in onafzienbare lengte weg-

lijnde tot ver aan den horizont, waar enkele torens

spitsten der stad.

En altijd, bijna dag aan dag, nu dat het nog winter was, had die vaart de miesig-grauwe kleur der bijna immer grauwe luchten, welke strak-gespannen of roezig van de wilde driften sombere wolken, zwaar op de velden-wijdheid drukten, als een immer-durende obsessie, een bange, luidelooze kwelling.

En die obsessie werd door 't dorp, de eenzame reeks van lage huizen, wel het méést gevoeld. Ze schenen als samen te kruipen tegen elkaar aan; ze leken geduwd te worden met hun lage daken naar den grond; bang staroogden hun scheve venstertjes de wijdheid in, de luchtgrauwheid tegen.