is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon, wist óok niet, ooit ergens anders te hebben gewoond. Als heel klein meisje speelde zij al op de brug, reed met haar poppenwagen over de gladde, gelijke planken, wat dan zoo'n prettig rommelend geluid gaf van onder de holle brug, - liet, als de brug werd opengedraaid, zich meedraaien en kraaide van de pret als ze den wal dan langzaam zag wijken en een diepte van donker-groen water ontstond tusschen haar en den kant. Later waren het vooral de schuiten geweest, die haar aandacht getrokken hadden, lage schuiten, volgestapeld met roode of witte kooien, en die lui, langzaam voorbij dreven. Dan zag ze grootvader het tinnen centenbakje aan een lang touw naar omlaag slingeren en den man, die beneden te midden van de kooien aan het roer stond, er het geld indoen met blikkig gerikkeltik. Dan, een mooie boog door de lucht, palmde grootvader het lange touw weer in

Tot deze kleine, daaglijksche gebeurtenisjes bepaalde zich de herinnering harer vroegste jeugd, 's Zomers was alles iets anders dan 's winters; de herfsten waren aan de lentes niet gansch gelijk; maar op haar kindergemoedje hadden die natuur-verwisselingen nooit veel indruk gemaakt, beperkt als haar aandacht bleef op al wat grootvader deed met de brug en de loom voorbijgaande schuiten. - Eerst later, toen ze twaalf, dertien jaar oud geworden was, begon ze haar aandacht uit te breiden tot een verderen kring van omgeving; begon eerst indruk op haar te maken de wijde eindeloosheid der weilanden rond-