is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar weg wilde duwen. Toen had die vreemde vrouw haar nog eens gekust en was heen gegaan, voorgoed. — Dat was haar moeder geweest, de vrouw van grootvaders zoon.... Zoo had grootvader haar eens verteld, veel later.

Nu, dat ze ouder geworden was, vijftien, zestien jaar, dacht ze daar nog dikwijls over na: waarom ze haar moeder nooit meer teruggezien had en wat er tusschen haar en grootvader was gebeurd. Maar nooit had zij den ouden man er naar durven vragen; die vreemde, doffe staar-oogen hadden steeds alle vertrouwelijkheid ver gehouden.

Toch, ondanks dien afstand, waarin zij op hun afgelegen plekje aan de vaart, hun dagen van elkander sleten, was het, naarmate zij ouder werd, iets vrouwelijk-scherpzinnigs in haar geweest, dat haar zich van den ouden man in zijn geslotenheid en eenzelvig zijn eigen weg gaan, een volledig beeld had doen vormen, uitsluitend der gegevens die zijn zwijgend-handelen haar gaf. En hoe meer dat beeld zich voor haar voltooide, des te meer begon zij zich schuw op een afstand te houden, vermeed zij het huisje, het duffe kamertje waar ze met hem samen was. Ieder zijner handelingen, tot de kleinste, begon vóórhaar een walgelijke beteekenis te krijgen, omdat zij er, noodwendig, de gedachte achter gaan raden was, die hem dreef. Als hij in zijn moestuintje tusschen zijn dorrende groenten bezig was, en zij lag aan den overkant in 't lange gras naar de weilanden te staren, dan wendde zij