is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begrijpen, dat hij in de „Lustige Aanleg" geweest was, het herbergje van Joost Brammen ... Joost Brammen ... Joost Brammen... die naam keerde telkens weer in zijn verward relaas terug. Telkens begon hij zinnetjes, die hij dan weêr afbrak, omdat hij den draad kwijt was. „En die Joost, nee, nou moest ze hooren, die Joost

die zei.... Joost zei "

Hij kwam maar niet verder; 'twas niets dan Joost. Haar ooren, haar hoofd werd er vol van, en even, zonder dat ze 't helpen kon, maakte ze een wonderlijk geluidje

achter in haar keel

In dien roes van opwinding, waarin de telkens herhaalde gangen naar 't dorp, het oude mannetje nu gebracht hadden, was hij eens, een anderen avond, toen het laatste schip, in 't donker nog, was doorgelaten en zij samen bij 't spetterig petroleumlampje aan de tafel zaten, beginnen te spreken over zijn zoon, haar vader, iets wat hij tot nog toe nooit gedaan had.

Bevend, vol gretig verlangen, luisterde zij, de oogen groot op den oude gericht. Maar 't verhaal was zoo fantastisch en onsamenhangend, dat ze het ten laatste, teleurgesteld, maar opgaf den draad er van te volgen. Toch, van lieverlede, begon zij iets te begrijpen, werd het mannetje duidelijker in zijn spreken.

„Z'n zoon, dat was er eentje geweest; die had geweten hoe-d-i 't leven leven moest. Dat was er niet een, die zich zou laten begraven op zoo'n suffen uithoek bij 'n brug Ohöööööö schippertje, zachies an, dan breekt