is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou die vent. toch van d'r willen? 't Leek vanmiddag wel, toen met dat geld, of ze an 'm verkocht werd. Zij, verkocht aan Joost! Ze wou nog liever! Ze had niks met die kerel te maken. Zij trouwen met Joost! Verbeeld je! Ze zag zich al in die apekooi van 'm staan, achter de toonbank, en zich dan van de eerste de beste kwajongen, die 'n potje bier nam, alles maar laten welgevallen. Welzeker! „Dan kom ik vanavond laat, net als de boeman bij de stoute kindertjes!" De vent is niet wijs,

met z n aardigheden.... Gek, dat-i nou maar niet uit

haar gedachten wou blijven „Dan kom ik vanavond

laat kom vanavond laat "

Opeens schokte het met een schrikje door haar heen: God! als het eens waar was, als hij 't toch heusch eens gemeend had!?

Malligheid, malligheid, drong zij zich zelve er tegen in. Maar het denkbeeld, dat hij nog komen zou, wilde haar

niet meer loslaten, 't Kon toch zijn 't kon toch

Malligheid, malligheid.

Zij voelde hoe haar wangen begonnen te gloeien; zweetdruppels kwamen haar op 't voorhoofd. Ze hield haar adem in, luisterde in de duisternis van 't kamertje. — Alles was stil; ze hoorde hoe buiten het water tegen de peilers der brug aanklotste. Groot en star keken haar

oogen naar waar de deur was. Ach kom, lariefarie

drong ze zich nog eens, kneep haar oogen dicht, om te slapen. — Maar 't volgend oogenblik had ze ze weêr open, strak-wijd. Wat was 't donker. Zoo vervelend ook dat