is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J.

Den ganschen, langen nacht had de rivier eenzaam en grijs, met rustige, klokkende kabbelingen tegen 't houten beschot der stille kaden, uitgelegen onder den hoogen, flets-besternden nacht-hemel.

Tegen den morgen was zich, in 'tOosten, een leger muis-grauwe wolken aan 't stapelen gegaan, welke de zon, bij haar opkomst, moeite had te doorbreken, in grillige goudige slangetjes zich wringend door spleten van grijs rots, ginds met sproei-fonteintjes dat rots overgietend in guldenen glans. Doch langzaam week de stuursche stapeling toch voor dien zonne-drang; het trotschelijk getorende rots verzakte, viel brokkelig in de lucht uiteen, en de zon, in heerlijke stuwkracht, jong en stralend, brak dóór en zette de

rivier, de kaden nu plotseling in vól licht Gouden

licht-vlammen overdansten het donker-grijs gegolfde water, dat bij iederen windzucht in vergulden ribbelingen afliep naar de kanten, waar het stootte en verspatte in duizende schittervonkjes tegen de stugge schoeiïng van den wal.

Haastig was de schemer, die gedurende den langen nacht