Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaartuigen, die daar jaren, jaren-lang gelegen hadden; wat rottend hout en zwart-vergane touwen. — Dik en grijs hing de lucht er laag overheen.

En de rivier, - de rivier scheen zich te hebben teruggetrokken in den damp, als gekrompen tot een nietig, traaglijk kruipend vaartje, met even soms, bij een windvlaag, wat boos geklots van golfjes tegen den kant.

De dunne, triestige motregen bleef dreinen en drenzen, den ganschen langen morgen door....

Eerst tegen den middag hield het regenen op. Maar de lucht bleef laag en gefronst. De zon wist niet door te breken; een dof-oranje schijnsel bleef het in het grijs, onklaar en groezelig. Op de kaden ontstond, met het droogworden, van lieverlede wat bedrijvigheid. Jongens in hemdsmouwen en schei-groene, hel-rooie dassen, begonnen om centen te spelen dicht langs de muren der huizen; uit de stegen, die op de kade uitmondden, kwam nu en dan een man te voorschijn, als schuw uit de schemering van zijn slop in de vale, wittige lichtheid tredend. Het waren meest losse werkers, die 's weeks bij de booten dienst deden; - vadzig en rekkend, als met hun groote ledematen geen weg wetend, slenterden ze wat rond, of hingen tegen de muren van gesloten pakhuizen en werkplaatsen aan, tabak-kauwend.

Van over de huizen klonken, met het gaan der middag-uren. de doffe slagen van de groote-kerk-klok, in stad....

Sluiten