Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maal bonte mannetjes waren. — En eens had ze toen haar vader, die vlak bij haar stond, een heel klein schopje gegeven met de punt van haar schoentje. Maar vader had niets gemerkt....

Tegen den middag, toen 't regenen was opgehouden, kreeg ze een schoon, stijf-gestreken schortje voor en mocht op straat gaan spelen. Vroolijk huppelde zij naar buiten. Toen, als iederen Zondag, was het de teleurstelling, dat het er zoo stil en leêg was, een leêge, stille, natte straat nu, met groote plassen.

Fietje liep op de schepen toe, doch ook die lagen stil en glimmend en verlaten. Waren de mannen misschien weggekropen in het ruim? Maar die waren overal stijf gesloten, met zwarte, leelijke, natte planken, en nergens was een kiertje waar Fietje door kijken kon. Op het dek lagen hier en daar enkele kisten, maar groote zeilen waren er overheen getrokken, waar 't water in straaltjes langsliep. En alle machines stonden stil; — Fietje wachtte, wachtte of ze zouden gaan draaien en of er geen kisten zouden te voorschijn komen, maar er gebeurde niets.

Toen keerde zij zich, teleurgesteld, met hangend lipje af. Dit kwam zoo iederen Zondag terug en toch was het telkens en telkens voor Fietje opnieuw een teleurstelling, omdat het begrip van wat een Zondag was, haar nog was vreemd gebleven. Ze dacht dat er wel iets kapot moest zijn aan dat groote, groote werk, dat het niet zoo mooi en regelmatig meer gaan kon.

Sluiten