is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die stoute flesschen uit het donkere buffet, waar haar stoute pa die mannen van gaf

Stil zat het kindje op haar paal en haar oogjes staarden de morsige straat over, waar de mannen hingen tegen den muur van het kroegje.

Daar ging de deur weer open; een man strompelde buiten, struikelde over de stoep en viel languit op den grond. Een dof gelach onder de overige mannen; de om centen spelende jongens snelden toe. Pe gevallene stond alweer overeind; haspelde zich weg in den schemer van een slop

Fietje had zitten kijken, met wijde, verschrikte oogen. Een oogenblik was het of haar hartje stil stond. - Het was de aardige sterke man geweest, die haar nog eens vogeltje zou laten zijn, boven 't glimmend water in de blauwe lucht

Zi.j had nu al een paar uur in haar bedje gelegen, in 't donker, en nog maar altijd kon ze niet in slaap komen.

Vóór, in de gelagkamer, was het zoo'n leven en ook moest ze nog maar telkens denken aan die leêge schepen, die er zoo droef en verlaten uitzagen, en dan aan dat vreeslijke....

En langzaam, daar in 't duister, had zich een plan in Fietjes hoofd gevormd: om die leelijke flesschen, die de schuld waren van alles, te verbranden.

Zij herinnerde zich, van nog niet lang geleden, dat haar vingertje gebloed had, toen ze zich met een mes had gesneden.