is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Bertels was al een paar maal naar het hoofdgebouw gehinkt, om op de groote klok te zien. De tijd schóót maar niet op vandaag.... vond hij, wat wrevelig.

Met zijn gezonde been op den korsterig bevroren grond stampende, om warm te worden, zich daarbij met zijn rechterhand aan een muur steunend, zijn warmen adem blazend tegen zijn paars-kleumige vingers, bleef hij nog even staan in den schemer van 't fabrieks-plein, tegenover de groote klok, die nu toch de vijf vóór zeven wees; nog enkele minuten en hij zou de bel kunnen luiden voor 't eindigen van 't werk dien dag.

Om hem heen stugden zwart en somber de muren op van hoofd- en bijgebouwen der fabriek: weverij, ververij, de droogkamers, de emballage-kamers. — Rechts <;n vóói hem gloeiden reeksen van vurige raam-oogen van uit het zwart, een bevend, geel-ros schijnsel werpend <>p de eene helft van 't plein, waar de donkere grond nu vreemd te trillen lag, als door de slagen van heel diep daarin verborgen, even dóorglensterend helle-vuur.