is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de andere helft lag opgeslurpt in een wreeden, kil-grauwen schemer, afgesloten door de duisterte der linksche gebouwen, die, zonder licht-van-binnen, dood en verstijfd ópbrokten tegen de vale avondlucht.

Bertels kéék even naar die lucht, mompelde dat er nog een vracht sneeuw zat, sloeg beurtelings zijn beide armen met dof-korte slaagjes een paar malen over zijn borst, om in zijn als bevroren bloed weer wat gang te krijgen; — dan hinkte hij nog eenige keeren het schemer-lichtende gedeelte van 't plein op-en-neèr, zijn oogen naar de fletswitte rondte van de wijzerplaat boven't hoofdgebouw gericht, waar wat verdwaald schijnsel uit de ramen der machine-kamer aan den overkant, het onduidelijk gekriebel van zwarte cijfers onderscheiden liet en de dikke, rechte wijzers, thans in een stompen hoek.

't Was nu twee minuten voor zeven.

Van uit de machine-kamer kwam het steunen, dat dien ganschen dag onafgebroken had geduurd, nu trager, als onwillig; het brutale geraas der raderen verdoofde tot een zacht-zeurig geruisch, gebroken af en toe in proestend schokken, de strakke dreuning van den grond verminderde; het was als stuiptrekte het dag-werk in zijn laatste momenten, als zou het dra alles rondom liggen dood en stom.

paar klonken kort, schor, nijdig-afgebeten, als dadelijk plat-gedrukt onder de laag-grauwe dreig-lucht, de zeven slagen.

Bertels spoedde zich, zoo vlug zijn houten been dat