is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toeliet, naar 't afdakje tegen een der pakkamers, waar de fabrieksbel hing. — En een oogenblik later overgalmden de logge klanken de reeks van gebouwen om het plein, in alle hoekjes en gaatjes dringend, waar ze trillend bleven nahangen.

Na ettelijke tientallen zwingelingen liet Bertels het belletouw schieten en strompelde nu naar zijn portiershuisje, om den sleutel te halen en het ijzeren hek aan den uitgang te openen. Daarna trok hij zich op den drempel van zijn hokje terug en wachtte tot het werkvolk langs hem heen zou komen, zooals dat ied'ren avond zijn gewoonte was.

De helle uitstraling van de vensters der machine-kamer was snel verbleekt tot wat vaag-rood schijnsel, dat grillig beef-plekte op de donkere muren van de ververij schuinover 't portiershuisje. Het waren de ovens die werden leêggehaald; geknars en geschraap van schoppen over metaal, gesis van stoom die werd uitgelaten.

Een dof gegons ging door de gansche fabriek, als een diep gerochel in den buik van een reuze-monster; een geroes van stemmen; het zware loopen van veel voeten.

Deuren werden opengesmeten, waardoor 't vage gezoemel opeens verscherpte, een ruig geklonter van geluiden aan alle zijden eensklaps zich verspreidde over 't donkere plein.

Bertels had aan 't uitgangs-hek een lantaren opgehangen, en in den ver-af-schijnenden gloed, een wijden kring van rossig licht, zag hij nu de eerste arbeiders uit den schemer