is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dags-oude, welke hij 's middags altijd even aan 't kantoor mocht aanhalen, als de klerken daar 'm gelezen hadden — uit zijn zak te voorschijn en begon de moordjes en brandjes af te dreunen, waarnaar de oude vrouw knik-hoofdend en breiend te luisteren zat. — Plotseling keek ze van haar werk op, zag hem aan. Hij was juist aan de trouw-berichten begonnen. Gehuwd: Willem Ledders en Sannetje de Yries....

„Jacööb, wanneer ji/j nou wanneer gebéurt 't nou,

en wie ? ...." zeurde zij dringerig.

Toen stond Trui ineens vlak vóór hem, blikkerden haar oogen, de heerlijk-brutale óógen hem récht aan en lachte haar frisch-breede mond.... Maar er was iets tergends in haar lach, iets spottends in die oogen en hij hoorde het, hoorde het weer duidelijk: „Hij kan voor mijn part naar de duvel loopen.... die pierewaaier.... hij mot vooral niet denken, vooral niet...."

„Mensch, hoü je stil! " snauwde hij zijn moeder

toe, „Ik wil niet trouwen, hoor je "

En hij stond op, ging heftig het kamertje uit, het huisje, — de deur met een slag achter zich toetrekkend....

Nu liep hij weer buiten in de koü en donkerte van 't fabrieks-plein. En de pijn, de fletse, drenzige pijn, kwam scherper, snijdender óp; als een vreemde prop dikte uit in zijn keel.

Het was zachtjes gaan sneeuwen; in nattige kriebeling kwamen de vlokken neer op zijn gezicht. En hij voelde,