is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overgeieikt en hij sloeg zich de stof- en hout-vezels van zijn kiel met korte, bruuske bewegingen van zijn te lange armen. — Toen haalde hij een pijp voor den dag en zijn tinnen drank-fleech, die in een hoek stond, en zette zich op de kist. Hij nam een paar ferme slokken, reikte toen de flesch den oude, die naast hem was gaan zitten.

„Kom kwibus, mot je óók niet?" vroeg hij, met een manuaal naar Bertels.

De portier voelde zich dorstig en koud; wilde wel. „Kom dan óók hier zitten," zei Gijs, bijna als een bevel. Ze zaten nu met z'n drieën op de toegespijkerde kist. „Die mot morgen met den eersten trein naai'

Amsterdam " legde de oude uit, met den steel van

zijn pijp op 't deksel kloppend.

„Dondert niet...." grimde Gijs, nog een slok nemend; toen, in een plotselinge dronkemans-vertrouwelijkheid: „Zal ik jelui nou 's wat vertellen; 'k ga trouwen...." Het oude mannetje liet een kreet glippen, van verbazing.

Maar Bertels vroeg, onverschillig: „Zoo en met

wie ? "

Hij voelde zich vreemd-dof en moê; hij zat maar aan een splinter van de kist te peuteren, flauw weeënd maar altijd die pijn in zijn borst.

„Met Trui Yisman "

Bertels hoorde Gijs het zeggen; in al het wazige waarin hij zijn omgeving om zich zag en voelde, kwamen die twee woorden scherp, hard.... En opeens was hij uit