Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraagde zij onmiddellijk daarop, naar 't kacheltje gaande en dat wat oprakelend.

Bertels begreep niet dadelijk.

„Voor de Heeren, hoe dat? "

Zij zat op haar hurken bij 't vuur; haar grauw-groene rok lag wijd om haar heen gespreid op den grond; in haar wilde, blonde haarwrong tintel-lichtte de zon.

„Nou om die slag natuurlijk; dat zal jij toch beter

weten dan ik ...." lach-schaterde ze.

Hij begreep, — en meteen begreep hij, dat ze nooit met Gijs zou trouwen.

Als een last viel van zijn borst. — Zij was weêr voor zijn bed komen staan.

„En wil ik je nou's zeggen wat-i wou Gijs ?"

Vragend zag hij tot haar op. Zoo licht, zoo bijna gelukkig voelde hij zich.

„Hij woü met me trouwen, die malle pierewaaier!" barstte zij in lachen uit. „Waarachtig, hij vroeg 't me gisteren in vollen ernst "

Snel had ze zich afgewend, weêr naar 't kacheltje toe.

„Trui! "

Hij riep haar terug.

„Wat is 't?...

„Zou je mi/j dan willen, Trui; ik heb gedacht dat we't

samen zoo heel best zouden kunnen vinden en....

en "

Ze nam zijn hand, die hij van-uit het bed haar toestak.

„Hou je verdere redenaties maar voor je.... ik wil

Sluiten