is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe het mooglijk zou zijn dat God hèm vergaf, waar hij zijn kind, zijn dochter van zich stiet, — maar een wrang gevoel van bitterheid grimde er dadelijk tegenin, dat God, na hem alles ontnomen te hebben, zijn vrouw, zijn beide zonen, die de trots zouden geweest zijn van zijn ouden dag.... niet vergen kon dat hij deze vrouw weêr tot zich nam, ook al scheen zij boetvaardig en ook al was ze zijn kind

II.

„Dat jü naar Lombok gaat kan mij niet schelen "

Dat was Doris, die zingende over de plank zwiepzwapte. Toen hij zijn baas in 't oog kreeg, die nog altijd op het dek heen en weêr liep, hield hij zich eensklaps in, kuchte even verlegen achter zijn vuist.

„N-avond saam" probeerde hij toch grappig te zijn. Hij was in een vroolijke stemming; zijn schipperspet stond schuin op zijn blonde krulletjes; hij scheen wat veel gedronken te hebben.

Ouwe Jan gaf geen antwoord, liep nog zenuwachtiger van voor naar achter van achter naar voren, steeds zoover mogelijk van 't kajuitsluikje. Doris, nu weêr op zijn gemak, had zich op de roerpen gezet; stopte bedaard een pijp, zijn gezicht even rossig bebeefd door het lucifervlammetje. Hij leek in 't geheel geen last van kou te hebben.

„Drommels-nog-toe schipper, wat loop-ie te ijsbeeren...."