is toegevoegd aan je favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerechtighedens.... God zij d'r ziel genadig, baas.... want we struikelen allen in vele "

In het roefje, waar Doris gewoonlijk alléén sliep, maakte hij zich nu zoo klein mogelijk op een paar zakken, die hem voor bed en kussen dienden.

„Snappen dóe 'k je niet, schipper, van avond," had de jongen geprutteld, „met alle geweld in dit geitehokkie te willen kruipen, terwijl je voor de ruimte heb; alléén omdat je dochter er leit.... die zal je toch niet opeten, denk ik "

De oude man gaf geen antwoord; lag maar stil, op zijn rug naar 't planken beschotje boven zijn hoofd te staren; hoorde spoedig nu ook de rustige, regelmatige ademhaling van den jongen naast zich.

Doiis.... vreemde snuiter.... nooit een touw aan vast te knoopen. Kon nog niet op zijn eigen beenen staan; was in sommige dingen nog net een kind, al liep hij in de twintig.... Dat zou even Bruin op stal brengen van

middag jawel, den heelen avond blijft-i me weg. En

dan altijd vroolijk terugkomen; te vroolijk vreemde

jongen toch

't Was toch niet te ruim liggen hier met z'n tweeën; wat 'n hitte direct; straks kromp hij van de koü en

nou zweette-n-i van de dompe hitte 't Was beroerd

dat hij zijn beenen niet recht kon houden.

„God zij haar ziel genadig, baas, want wij struikelen allen in vele "