is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De mannen lachten luid-op; verdwenen, grapjes makend over 't geval, in 't pakhuis.

Toen was hij langzaam, met sloffende pasjes, en telkens schichtig opkijkend, of Doris ginds nog niet aankwam, naar 't luikje gegaan van de kajuit. Het moest nu gebeuren; hoe eerdei- alles afgeloopen was hoe beter. Zich bukkend, zijn vingers om den ijzeren ring, bleef hij even staan luisteren. Eerst hoorde hij niets dan, van achter de huizen

vandaan, het vage stadsgeratel. — Toen eindelijk

wat gestommel... als liep er beneden rusteloos iemand heen en weer ... toen ... het schreien van een kind ... En opeens een licht-trillende, zachte stem, die sussend te zingen begon:

„Slaap kindje slaap,

„Daarbuiten loopt een schaap,

„Een schaap met witte voetjes,

„Dat drinkt zijn melk zoo zoetjes.. ■"

Ouwe Jan, luisterend, hield zijn adem in. Een vreemd, wazig geduizel werd het voor zijn oogen; zijn hand, die den ring hield, begon eensklaps te beven, dat het ijzer even rinkinkte. En de oude, schrikkend, richtte zich op, haastte zich weg, weer naar het roer.

Juist kwam Doris met Bruin aan den overkant de brug op. Het groote, logge paard, met de breede glimmende schoften, sjokte gemoedelijk over de hobbelige steenen in kalm-gelaten gestap van zijn met vuilige bosjes haar beplante pooten. Tegen zijn rechterflank schommelde de opgerolde treklijn, en hoog op 't wiegel-schok-