Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hij wist niet meer. Het leek hem nu vreemd, dat hij straks, bij de „IJzeren Brug", besloten had haar nu in Ellendam aan land te laten gaan .... weg in den mist.... met haar kind. — Een dik gevoel propte in zijn keel; een waas kwam voor zijn oogen. Hij wist niet meer.

Peinzend zag hij voor zich uit.

Toen — het was juist bij een bruggetje: Bruin stond stil, en Doris, van zijn hooge schoft af, palmde de lijn in — deed een geritsel onder-tegen 't kajuitsluikje den oude plotseling het hoofd opheffen, — en terwijl nu het luikje langzaam werd opgeduwd, staarden zijn oogen verschrikt. Doris, met Bruin bij het bruggetje wachtend, keek óok, op kleinen afstand. De dochter, dralend in de vierkante opening der kajuit, hield nog d' oogen neergeslagen, de blonde haren, waaronder 't strakke gezicht met de scherpe pijn-trekken, zacht wuivend in den wind.

De oude man staarde, als vragend. En opeens klonk het tot hem, met die stem, die stem van vroeger, de stem die het liedje gezongen had, de stem die muziek was: „Vader wil je ik dacht met die nattigheid

En aarzelend rees zij hooger, stond nu op 't dek, een kannetje met koffie in de bevende hand.

„Vader om Godswil "

Een waas van vertwijfeling en hoop overfloerste haar blik; haar mond trok zenuwachtig; zij dreigde de koffie te storten.

De oude stond als verdwaasd, een seconde; toen werd

Sluiten