Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van af het Arysche tijdvak, te midden der woelige periode, volgende op het Vedische tijdperk, tot aan de verovering door Perzië en het Alexandrijnsche tijdperk, dat wil zeggen gedurende een verloop van meer dan vijf duizend jaren, was Egypte de burcht ter bescherming der reine en verheven leerstellingen, die te zamen de kennis der grondbeginselen uitmaakten en die men de esoterische orthodoxie der oudheid zou kunnen noemen. Vijftig dynastiën volgden elkaar op, de Nijl bedekte met zijn slib geheele steden, de Pheniciërs deden in grooten getale een inval in het land en werden weder verdreven; en toch bewaarde Egypte door de deiningen der geschiedenis heen, onder den schijnbaren afgodendienst van zijn uiterlijk polytheïsme, het oude fundament van zijn occulte godenleer en zijn priesterlijke hierarchie. Het trotseerde de eeuwen, evenals de pyramide van Gizeh, half bedolven onder het zand, maar toch ongeschonden. Dank zij deze onbeweeglijkheid van sphinx, die haar geheim weet te bewaren, dank zij dezen weerstand van graniet, werd Egypte de spil waaromheen de godsdienstige gedachte der menschheid zich ontwikkelde, op haar doortocht van Azië naar Europa. Judea, Griekenland en Etrurië vormden allen middelpunten van geestelijk leven, die het aanzijn gaven aan verschillende beschavingen. Maar waar anders dan uit de levengevende, voorraadschuur van het oude Egypte putten zij hunne oorspronkelijke denkbeelden ? Mozes en Orpheus schiepen twee godsdiensten, tegengesteld en ontzagwekkend, de een door zijn streng monotheïsme, de ander door

Sluiten