Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lampje. De neocoren keerden zich om en sloten met veel geraas de poort van het heiligdom. Er viel niet langer te aarzelen, hij moest de gang in. Nauwelijks had hij er zich, met de lamp in de hand op zijn knieën voortkruipende, in gewaagd, of hij hoorde een stem in het diepst van het gewelf zeggen: „Hier sterven de krankzinnigen, die gehunkerd hebben naar kennis en macht." Dank zij een wonderbare werking der acoustiek, werd dit gezegde zeven maal op verschillende afstanden herhaald. Toch moest hij vooruit; de gang werd breeder, maar ging hoe langer hoe steiler naar beneden. Eindelijk bevond de stoutmoedige reiziger zich voor een soort van trechter, die in een opening uitliep. Een ijzeren ladder voerde naar de diepte; de neofiet waagde zich er op. Op de laatste trede staarde zijn verschrikte blik in een ontzettenden put. Het armzalige naphtalampje, dat hij zenuwachtig met bevende hand omklemde, wierp een vaag schijnsel in de ondoorgrondelijke duisternis. Wat te doen? Terugkeer naar boven was onmogelijk, beneden hem was de val in de duisternis, in den verschrikkelijken nacht. Daar bemerkte hij in zijn angst links van hem een scheur. Zich met één hand aan de ladder vastklampend en met zijn lamp bijlichtend, zag hij treden. Een trap! hij was gered. Hij sprong er haastig op toe, klom weer naar boven, hij ontkwam aan den afgrond ! De wenteltrap, die naar boven voerde, was recht door de rot3 heen geboord. Eindelijk bevond de aspirant zich voor een bronzen hek, toegang gevende tot een breede galerij, die door groote caryatiden

Sluiten