is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteund werd. Tusschen de pilaren in zag men op den muur een dubbele rij symbolische frescoschilderingen. Aan iederen kant waren er elf, zacht verlicht door kristallen lampen, die de schoone caryatiden in de hand droegen.

Een wijze, pastofoor (bewaarder der heilige symbolen) genaamd, opende het hek voor den neofiet en ontving hem met een welwillenden glimlach. Hij wenschte hem geluk, dat hij met goed gevolg de eerste proef had doorstaan, vervolgens geleidde hij hem door de galerij en legde hem de gewijde schilderingen uit. Onder iedere schildering stond een letter en een getal. De twee en twintig symbolen beeldden de eerste twee en twintig geheimen af en stelden het alphabet der occulte wetenschap samen, d.w.z. de opzichzelfstaande beginselen, de universeele sleutels die, wanneer zij door den wil toegepast worden, de bron van alle wijsheid en alle macht vormen. Deze beginselen drukten zich in het geheugen af door hun verband met de letters der heilige taal en met de getallen, die zich aan deze letters aanpassen. Iedere letter en ieder getal drukt in deze taal een drievoudige wet uit, die haar weerkaatsing vindt in de goddelijke, verstandelijke en stoffelijke wereld. Evenals de vinger die een snaar van de lier aanraakt, een toon van de gamma klinken en al haar harmonieën trillen doet, evenzoo wekken de geest, die het werkdadig vermogen van een getal bespiegelt en ue stem die een letter uitspreekt met het bewustzijn van haar vérstrekkenden invloed, een kracht op, die zich in