is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en stralend. Een doorschijnende sluier, waar haar lichaam doorheen schittert, omgeeft haar geheele gestalte. In haar hand houdt zij een papyrusrol. Zij nadert zachtjes, buigt zich over den in het graf liggenden ingewijde heen en zegt: „Ik ben uwe onzichtbare zuster, ik ben uw goddelijke ziel en dit is uw levensboek. Het bevat volgeschreven bladzijden, die uwe voorbijgegane levens verhalen en leege bladzijden voor uwe toekomstige bestaanstoestanden. Eens zal ik ze alle voor u ontrollen. Gij kent mij nu. Roep mij en ik kom 1" -

En terwijl zij spreekt, schiet er een straal van teederheid uit haar oogen ... o heerlijke tegenwoordigheid van een hemelsch dubbelwezen, onuitsprekelijke belofte van het Goddelijke, wonderbare ineensmelting met het Ontastbare !...

Doch alles valt ineen, het visioen verdwijnt. Een vreeselijke scheuring van zijn geheele wezen; en de adept voelt zich met een schok in zijn lichaam als in een lijk teruggeworpen. Hij komt weer in een staat van bewuste verdooving; ijzeren boeien omklemmen zijn ledematen; een ontzettend gewicht drukt op zijn hoofd; hij ontwaakt... vóór hem staat de hiërofant vergezeld van de wijzen. Men omringt hem en geeft hem een opwekkenden drank te drinken: dan staat hij op.

— „Zoo zijt gij dan nu weer herrezen, sprak de profeet, kom met ons den gemeenschappelijken maaltijd der Ingewijden vieren en vertel ons uwe reis in het licht van Osiris. Want gij zijt nu voortaan een der onzen.