is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheen het hem toe, dat een reusachtig wezen zonder bepaalden vorm hem bij den naam riep. — Wie zijt gij? vroeg Hermes ontsteld. - Ik ben Osiris, het hoogste Verstand en ik kan alle dingen voor u ontsluieren. Wat verlangt gij ? — Den oorsprong van alle wezens aanschouwen, o goddelijke Osiris en God kennen. — Aan uw wensch zal voldaan worden. —

Dadelijk voelde Hermes zich geheel door een heerlijk licht omgeven. In de doorschijnende lichtgolvingen bewogen zich de verrukkelijke vormen van alle wezens. Maar plotseling daalde een verschrikkelijke duisternis in kronkelende beweging op hem neer. Hermes werd in een vochtigen chaos gedompeld, vol rook en somber gehuil. Toen verhief zich een stem uit den afgrond. Het was de kreet naar liet licht. Dadelijk schoot een dunne straal vuur uit de vochtige diepte omhoog en bereikte de verheven sfeer van den ether. Hermes steeg mede omhoog en bevond zich weder in de ruimte. De chaos ontwarde zich in den afgrond; het gezang der sterren stortte zich over hem uit; en de stem van het licht vulde de oneindigheid.

— Hebt gij begrepen wat gij gezien hebt ? vroeg Osiris aan Hermes, die geboeid door zijn droombeeld, tusschen hemel en aarde zweefde. — Neen, zeide Hermes. — Welnu, ik zal het u mededeelen. Gij hebt zooeven datgene gezien, wat van alle eeuwigheid bestaat. Het licht dat gij eerst aanschouwd hebt, is het goddelijk Verstand, dat de mogelijkheid van alle dingen bevat en waarin de oerbeelden van alle wezens besloten liggen. De duisternis, waarin gij vervolgens