Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blindende zonlicht, in de lanen om den tempel, scheen die nacht hem een droom toe, maar welk een onvergetelijke droom was die eerste reis door het ontastbare en onzichtbare! Opnieuw las hij het opschrift van het Isisbeeld: „Geen sterveling heeft mijn sluier opgelicht." Een tip van den sluier was toch voor hem opgeheven geworden, maar om terstond weder neer te vallen en hij was ontwaakt op de doodsche aarde. O, wat was hij nog ver van het gedroomde eindpunt ! Want de reis op de millioenjarige bark is lang! Maar hij had tenminste het einddoel gezien! Al was zijn visioen van de andere wereld slechts een droombeeld geweest, een kinderlijke schets zijner verbeelding, die nog dof was door de aardsche nevelen, kon hij twijfelen aan dat andere bewustzijn dat hij in zich had voelen ontluiken, aan dat geheimzinnige dubbelwezen, aan die hemelsche Ikheid, die hem in al haar onstoffelijke schoonheid als een levend wezen verschenen was, en in zijn slaap tot hem gesproken had? Was het een zuster-ziel, was het zijn beschermgeest, of was het slechts een afstraling van den verborgen geest in hem, een voorgevoel van zijn toekomstig wezen ? Wonder en mysterie! Het was ongetwijfeld werkelijkheid en als die ziel de zijne was, was zij de ware. Wat zou hij niet doen om haar terug te vinden? Al leefde hij millioenen jaren, nooit zou hij dit goddelijk uur vergeten, waarin hij zijn ander Wezen rein en stralend aanschouwd had! ')

*) In de Egyptische leer werd aangenomen, dat de mensch in dit leven slechts bewust is in de dierlijke en verstandelijke

Sluiten