Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De inwijding was geeindigd. De adept was tot priester van Osiris gewijd. Indien hij Egyptenaar was, bleef hij verbonden aan den tempel; was hij vreemdeling, dan stond men hem soms toe naar zijn land terug te keeren, om er een eeredienst te stichten of een zending te vervullen. Maar vóór zijn vertrek beloofde hij plechtig met een duren eed een volkomen stilzwijgen te bewaren over de geheimen van den tempel. Nooit mocht hij aan iemand verraden, wat hij gezien of gehoord had, noch de leer van Osiris openbaren, anders dan onder den driedubbelen sluier van de mythologische symbolen of de mysteriën. Schond hij dezen eed, dan wachtte een noodlottige dood hem vroeg of laat, waar hij ook was. Maar stilzwijgen was het schild van zijn kracht geworden.

Teruggekeerd op de Ionische stranden, in zijn woelige stad, te midden van den strijd der woedende hartstochten, onder de menigte menschen die als dwazen voortleven, omdat zij zichzelf niet kennen — dacht hij dikwijls terug aan Egypte, de pyramiden> den tempel van Ammon-Re. Dan kwam de droom uit, den grafkelder weer over hem. En evenals daarginds de lotus zich wiegelt op de golven van den Nijl, zoo kwam dit reine visioen altijd weer bovendrijven op den troebelen, somberen stroom van het leven. In bijzondere oogenblikken hoorde hij zijn stem, de stem

ziel, hati en baï genaamd. Het hoogere deel van zijn wezen, degeestelijke ziel en de goddelijke geest, vheybi en kou, zijn in hem in den toestand van onbewuste kiem aanwezig en ontwikkelen zich na dit leven, als hij zelf een Osiris wordt.

Sluiten