is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Griekenland in de zesde eeuw.

De ziel van Orpheus had zich als een goddelijk luchtverschijnsel aan den stormachtigen hemel van het opkomende Griekenland vertoond. Na Orpheus' dood maakte duisternis zich opnieuw van het land meester. Na een reeks van omwentelingen verbrandden de Tirannen van Thracië zijn boeken, haalden zijn tempels omver en verjoegen zijn leerlingen. De Grieksche vorsten en vele steden, die haar bandelooze vrijheid verkozen boven de rechtvaardigheid die uit verheven leerstellingen voortvloeit, volgden hun voorbeeld. Men wilde zijn herinnering uitwisschen, zijn laatste sporen doen verdwijnen en dit gelukte zóó goed, dat eenige eeuwen na zijn dood een deel der Grieken aan zijn bestaan twijfelden. Tevergeefs bewaarden de Ingewijden zijn overlevering gedurende meer dan duizend jaren; tevergeefs spraken Pythagoras en Plato van hem als van een goddelijk mensch; de Sophisten en de Khetoren zagen in hem slechts den held eener legende over den oorsprong der muziek. Heden ten dage loochenen de geleerden ronduit het bestaan van