is toegevoegd aan je favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hun gekruisigden Tiran op den bergtop aanschouwen, tegenover het eiland, waar hij omringd door macht en genot geheerscht had.

Doch laten wij naar het begin der regeering van Polycrates tei ugkeeren. In een helderen nacht zat een jonge man in een boschje van peperstruiken met hun schitterende bladeren niet ver van den tempel van Juno, terwijl de volle maan den Dorischen gevel met haar licht overgoot en de mystieke grootheid van den tempel beter deed uitkomen. Reeds lang was een papyrus die een zang van Homerus bevatte, tot voor de voeten van den jongeling afgegleden. De overpeinzing waarin hij tegen het vallen van de schemering geraakt was, duurde al maar voort in de stilte van den nacht. Reeds lang was de zon ondergegaan; maar haar stralende schijf zweefde nog voor de oogen van den jeugdigen mijmeraar en omgaf hem met haar onreëele tegenwoordigheid. Want zijn gedachten dwaalden ver van de zichtbare wereld.

Pythagoras was de zoon van een rijken juwelier van Samos en van zijn vrouw Parthenis. De Pythia van Delphi, die de jonggehuwden op reis hadden geraadpleegd, had hun het volgende beloofd: - „Een zoon die in alle tijden aan de geheele menschheid ten zegen zou zijn, en het orakel had de echtgenooten naar Sidon in Phenicië gezonden, opdat de uitverkoren zoon ver van de storende invloeden van zijn vaderland verwekt, gevormd en geboren zou worden. Reeud voor zijn geboorte werd het wonderbare kind door zijn ouders met vurigen ijver aan het licht van Apollo