is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de aarde bestond. Uw ziel is uit den hemel nedergedaald. Bid de Goden, dat zij er weder naar opstijge." -

Hij werd in zijn overpeinzing gestoord door een zinsti eelend gezang, dat uit een tuin aan den oever van den Imbrasus opsteeg. De bekoorlijke stemmen der vrouwen van Lesbos klonken smachtend samen met de tonen der citer; jongelingen antwoordden met aan Bacchus gewijde liederen. Plotseling weerklonken doordringende, akelige kreten, die van den havenkant kwamen, door het gezang heen. Zij werden geuit door de oproerlingen, die Polycrates liet inscheepen om in Azië als slaven te verkoopen. Men sloeg hen met van spijkers voorziene lederen riemen, om hen te dwingen in de overvolle roeibooten plaats te nemen. Hun gehuil en gevloek stierf weg in den nacht; toen werd alles weder stil.

Een trilling van smart voer door den jongen man, maai hij onderdrukte die, om tot zichzelf in te keeren. Het vraagstuk stond weer voor hem, scherper en pijnlijker. De Aarde sprak : Noodlot! de hemel: Voorzienigheid! en de menschheid, zwevende tusschen die beide, antwoordde: Dicaaslieid! Smart! Slavernij! Toch hoorde de toekomstige Adept in het diepst van zijn binnenste een stem, die niet tot zwijgen kon gebracht worden en die het antwoord gaf op de aardsche gebondenheid, zoowel als op de hemelsche schitteringen met den kreet: Vrijheid! Wie had dan gelijk: de wijzen, de priesters, de krankzinnigen, de ongelukkigen of hijzelf? O! al die stemmen spraken waarheid,